zaterdag 2 januari 2010

Nog meer Phnom Penh

Na 10 dagen en een hoop bezoeken aan het reisbureau krijgen we te horen dat de minister nog steeds niet terug is. En zelfs met extra geld op tafel kunnen we onze paspoorten niet recupreren, zo weet mevrouw achter de balie ons te vertellen. Ondertussen hebben we een overstay ( ons paspoort is niet meer geldig ) en zouden we bij het verlaten van het land een boete moeten betalen voor elke dag sinds ons visa verstreken is. Er zit niets anders op dan wachten... maar dan wel op het strand !

Phnom Penh

Het is laat in de avond en geen ideaal uur om in een hoofdstad een goed hotel te vinden. Onze geslepen tuktuk driver vraagt veel te veel geld om rondjes ter rijden in het drukke verkeer. Deze stad leeft ! Overal op straat en in de parkjes zitten mensen bij elkaar. Ze sporten in groep, hangen over hun moto of eten in de mobiele eetkarretjes. We vinden een betaalbaar basic room en scoren een Thaise hap in een restaurand om de hoek. We zijn moe maar ik kan moeilijk slapen. De volgende ochtend ben ik ziek. Iets verkeerds gegeten ? De Thai ? Of besmet fruit ? Uitgerekend nu !!
Olli gaat op pad, terwijl op de pot hang, en vindt een goeie dokter die Engels spreekt, een apotheek met internationale medicijnen EN de juiste pilletjes. Phom Penh ( en Olli ) is de max !
We veranderen van hotel, omdat ziek zijn in een kale kamer en een vieze badkamer je nog mottiger doen voelen en ruilen voor een ruime kamer met veel licht, een propere badkamer en een leuk terras. Ziekzijn in stijl :-) In plaats van 3 dagen blijven we 10 dagen. Niet omdat Phom Penh zo fantastisch is maar de minister die de extentie van onze Cambodiaanse visas moet goedkeuren is met vakantie. Een plaatsvervangend beambtenaar is er niet en onze paspoorten recuperen zonder stempel lukt ook al niet want die liggen achter slot en grendel. We vullen onze dagen met het bezichtigen van het koninklijk paleis en zijn zilveren pagoge, het nationaal museum en het Tuol Sleng Museum. Een voormalige school die in 1975 door Pol Pot en de Khmer Rouge tot gevangenis en martelcomplex werd omgevormd. Naast de cellen ( in de staat zoals ze gevonden werden ), de marteltuigenen, en een paar graven vind je er duizenden portretten. De Khmer Rouge hield nauwgezet foto's en dossiers bij van de 20000 mannen, vrouwen en kinderen die werden uitgehongerd, doodgemarteld of afgemaakt op de killing fields. Niet meteen een plek waar je happy wordt maar dankzij dit bezoek begrijpen we de Cambodiaanse geschiedenis een beetje beter. We begrijpen waarom we zo weinig oude(re) mensen op straat zien. Waarom de gemiddelde leeftijd rond de 20 ligt. En we begrijpen de zwaarte die je soms voelt in het contact met Cambodianen. Wil je met hen praten, dan moet je eerst een muur door. Maar win je hun vertrouwen of breng je hen aan het lachen ( wat trouwens niet zo moeilijk is ) dan bloeien ze helemaal open. Het wordt steeds makkelijker om met mensen in contact te komen. Ze vertellen ons over de Vietnamezen en de Amerikanen die tijdens de oorlog de natuurlijke rijkdommen van het land plunderden. De Thai en vooral de Chinezen die shops, belangrijke tolwegen, bruggen, wisselkantoren... in handen hebben waardoor ze nog rijker worden en het de gewone man in de straat niet lukt zijn levensstandaard omhoog te krikken. We leren over de Europeanen die met duizenden tewerkgesteld zijn in NGO's, organisaties rond voedselhulp, gezondheidszorg, mensenrechten, dierenrechten.... duur betaalde jobs waarmee Cambodianen de rijst op tafel kunnen betalen. Goedbedoelde hulp vanuit het buitenland is niet altijd even goed. Voila, zo hoor je eens de andere kant van de medaille.
Verder verprutsten we onze tijd en geld met leuke dingen, door het ondergaan van voet- , rug- en bodymassages. Mens dat doet deugd na een vermoeiende dag niets doen. We worden weer puber in het Luna Park en laten ons volledig gaan in een 4D halloweenritje. We eten triple choco crunch ijsjes met extra slagroom. Kuieren op de dijk langs de Mekong. Ontbijtne op ons terras met verse mango en watermeloen. En zappen vanuit onze luie zetel op 50 verschillende kanalen. De geloofwaardigheid van de Lonley Planet, de reisbijbel voor backpackers, zakt helemaal onder nul als we een kijkje gaan nemen in het fel aangepreze toeristiche walhalla van Phnom Penh. Een slopenwijk op stelten boven een half dichtgegooid meer vol afval en stinkend water, afschuwelijk dure prijzen en opdringerige locals. Dè grootste 'tourist trap' die ik tot nu toe gezien/doorzien heb. Ons appartement ligt in een gezellige buurt waar veel falang werken en wonen. Er zijn loungy bars, Westers geïnspireerde restaurants uitgebaat door Cambodianen met smaak, stijlvolle massagesalons, een hypermodern fitnesscentrum op de bovenste verdieping van het hoogste gebouw in de stad ( s' avonds is het uitzicht over Phnom Penh adembenemend ) en rondom levendige Cambodiaanse wijken waar je lekker en goedkoop kan eten in de fel verlichte eetstalletjes op straat. De Cambodianen weten ons hart steeds meer te veroveren.

Van Ban Lung naar Phnom Penh

We hebben een tocht van 12 uur voor de boeg... dus reserveren we 2 zitjes in een comfortabele privébus. Het guesthouse geeft ons een gratis ritje naar de bushalte, belt het busbedrijf als de bus een uur lang op zich laat wachten en regelt zelfs een toilet voor de dames met een miniblaas. Echt supervriendelijke mensen !
Wegens een defect wordt de luxebus vervangen door een veel te klein knarsend oud busje. Er wordt ons echt geen luxe gegund op deze reis :-) Om plaats te besparen wordt, op de laatste zitjes in de bus, de bagage tot tegen het plafond gestapeld. En telkens de chauffeur bruks remt, krijgen de ongelukkige passagiers op de voorlaatste rij een paar kilo's bagage in hun nek. Grote zakken uien, een gigantisch traktorwiel en ander bouwmateriaal worden in de middengang geschoven. Onze trekkingskompaan, een stevige Duitser met lange benen, moet net als wij boven de wielen plaatsnemen ( waar je bijna geen beenruimte hebt ) en de hitte van de wielen door de weggeroeste bodem op je vel brandt. Bovendien moet hij zijn stoel delen met een oudere man en zijn kleinzoon. Zo te zien hebben wij oerechance vandaag. Nog meer mensen moeten opstappen. Sommigen krijgen krukjes om tussen de boodschappen in de middengang te zitten. Anderen moeten 12 uur rechtstaan. Maar niemand maakt een probleem en al gauw zie je overal knikkende hoofden en slapende mensen terwijl de bus heen en weer schokt over de aarden wegen. Bij ons zou zoiets ondenkbaar zijn !

Van Kratie naar Bang Lung

Kratie is de laatste makkelijk te bereikbare plek. Van hieruit verder reizen betekent rode aarden wegen vol putten en bulten, bruin stof, vrachtwagens die vastzitten in de modder en Wij in een overvolle minibus, die als een gek door de bergen raast. In de bus is plaats voor 12. De chauffeur deelt zijn zetel met een meisje en op de overige stoel zitten 17 mensen ! Waarvan 8 toeristen EN een dikke Canadees, met elk hun trekkersrugzak. En 9 locals mèt boodschappen. Hilarisch ! Gelukkig duurt de rit ( slechts ) 6 uur en raken we heelhuids in Ban Lung. We vinden een super leuke ecologde waar alles van hout en natuurmateriaal gemaakt is. Onze bungalow staat in het groen en heeft een prachtig uitzicht over een glooiend dal en de omliggende bergen. Bovendien ligt er op fietsafstand een kratermeer midden in de jungle, met heelrijk fris water waar je kan zwemmen, lui in de zon liggen, zwemmen, nog wat bruinen, nog een plonsje... :-) We gunnen onszelf 3 dagen luierplezier voor we op een driedaagse trekking door het Virahaya National Park vertrekken.
De eerste dag rijden we achterop een mototaxi naar Ta Veng, het einde van de Cambodiaanse beschaving. Van hieruit is transport over de weg niet meer mogelijk ( er zijn geen zegen meer ! ) en gebeurt alles per boot. Dus varen we stroomopwaars met een lokale vissersboot het nationaal park binnen. s' Avonds logeren we bij een minderheidsgroep, de Kreug. Hun dorp, 5 hutten, een paar kippen en een paar hongerige zwijnen, ligt langs een zijtak van de Mekong ( de Tonlé Sap ) en duidt de grens van park aan. Ondanks het verbod, trekken de dorpelingen het park binnen om er rubber te winnen, te jagen en bomen te kappen. Een handvol rangers is nauwelijks in staat het gigantische park te beschermen. Of is dit het werk van de rangers zelf ?
De dorpelingen zijn niet onvriendelijk en toch voelen we ons niet meteen welkom tussen deze mensen. Zijn ze gewoon verlegen ? Worden onze verwachtingen over een hartelijk onthaal als “westerling” ons pijnlijk duidelijk ? En wie is nu eigenlijk de toeristische attractie ?
Feit is dat onze aanwezigheid een duidelijke impact heeft op het leven van deze mensen. De traditioneel geblokte sjaals die dienst doet als lendendoek, kleed, hoofddoek, draagstoel voor baby's, enzovoort, heeft plaatsgemaakt voor hippe jeansbroeken, gsms en namaak spullen van Louis Vitton en andere grote merken. In dorpen dieper in de jungle leven etnische stammen naakt en zonder voorzieningen ( water, electriciteit... ). We hopen dat het bier en de plastic rommel, die met kratten tegelijk vanuit Ta Veng werd meegenomen, niet gekocht werden met onze homestay bijdrage. We koken op een houtvuur tussen de zwijntjes en wassen ons, net als de dorpelingen, in de rivier. Een snelstromende en ijskoude bruine stroom water. Om 21 uur ligt iedereen vanuit zijn hangmat te luisteren hoe de geluiden vanuit de hutten zich mengen met de lokroepen uit de jungle. Het wordt een koude nacht.
Dag 2 staan we vroeg op en varen nog dieper de jungle in. Met een kom rijst achter de kiezen lopen we 4 uur doorheen dicht begroeid bladergeweld, bamboebossen waaruit tunnels zijn gehakt ( net groot genoeg om doorheen te kruipen ) en af en toe open zonnige steppes met hoog gras en gigantische omgevallen bomen. De begroeiing is soms zo dicht dat je elkaar op minder dan 10 meter niet meer kan zien. Je mag elkaar niet uit het oog verliezen en er wordt een stevig tempo aangehouden. Met onze bagage zo hoop mogelijk boven het hoofd steken we een rivier over en volgen een stuk van het Ho Chi Min trail. Een pad dat tijdens de Vietnamoorlog werd gebruikt om goederen en wapens te smokkelen. Vroeger moeten er jeeps over dit pad gereden hebben. Nu is het pad soms nauwelijks herkenbaar en begaanbaar door omgevallen bomen en de allesverslindende jungle. Lunchen doen we aan een waterval waar we elkaar, voor een zoveelste keer, op bloedzuigers checken ( ik haat die beesten ) en onze bezwete lijven verkoelen met een duik in een poel, onderaan de waterval. We eten ( opnieuw ) rijst en maken een stijle klim doorheen het mooiste stuk van deze trekking. We klimmen over de wortels van honderdjarige oude reuzebomen en krijgen af en toe een vergezicht te zien over bergen vol ondringbaar junglegeweld. Op een open plekje naast een rivier en onder het hoge dikke bladerdak van deze bomen hangen we onze hangmatten op om rond het kampvuur ... rijst te eten. Een hoop levendige gedachten aan alle bloedzuigers, spinnen en duizenden mieren die de grond onder mijn hangmat veranderen in een knetterende zwarte zee, houden me uit mijn slaap. Doorheen het bladerdak zie ik de maan over de hemel schuiven. En terwijl ik in de verte een sambar hoor blaffen, val ik uiteindelijk toch in slaap. Dit is de echte jungle !
s' Morgens worden we gewekt met het geluid van gibons en junlgekippen. We breken het kamp op, koken water uit de rivier als drinkwater en hijsen onze rugzak weer op onze rug. Elk draagt zijn eigen water, een hangmat met muskietennet, 2 dekens en persoonlijke spullen. Een aardig gewicht dat zwaarder lijkt te wegen bij elke gezette stap. We volgen een ander pad terug, lopen verloren, en komen na wat zoeken terug op het Ho Chi Min pad, dat ons na 5 uur stappen opnieuw uit de jungle leidt.
Ik ben blij als ik na een bumby rit op de rivier en de moto, met veeeeel zeep, het junglezweet van mijn lijf was, en kan slapen in een ECHT bed.
Aan de ontbijttafel van de volgende dag ontdekken we het ontnuchterende feit dat Olli onze medicijnkit niet meer vindt. Hij heeft hem verloren/vergeten :-) in het junglekamp. Ten vroegste in Bangkok denken we nieuwe medicijnen te kunnen kopen. Nu maar hopen dat ze niet ziek worden...

zondag 6 december 2009

Kratie

In Kratie gaat alles razend snel. We blijven maar 1 dag. Het eerste hotel die we binnenlopen is raak. We checken in, huren in 1 beweging een moto, bezoeken binnen het uur een tempel en gaat zoetwaterdolfijnen spotten in de Mekong. Superleuk. Iedereen zat muisstil en met ingehouden adem naar het water te turen op zoek naar een rimpeling in het water, een vin of een dolfijnensnoet. Onze bootman was de andere bootjes te slim af en leidde ons naar een paar plekken tussen het riet waar we, inderdaad, dolfijnen zagen. s' Avonds reden we terug en genoten van een prachtige zonsondergang boven de machtige Mekong. Wat een dag !

Van Siem Reap naar Kompong Cham

Eens je je weg vindt tussen de vele staatsbussen, privebussen, minivans, minibussen, pick ups, tuktuks, mototaxis en ossenwagens en eens je weet voor welke trip je best welk transportmiddel kiest, lijkt reizen in Cambodia kinderspel. Maar je leert pas door ervaring ! Dus... namen we een privebus van Siem Reap naar Kompong Cham, een ongelooflijk gat ergens langs de Mekong waar je de enigste en de grootste brug over de Mekong vindt. Deze honderden meters brede bruine stroom ziet er met zijn kolkende stroomversnellingen vreemd en gevaarlijk uit. Er hangt een vreemde sfeer op de promenade langs de rivier. Een rivier vol verhalen en een donkere geschiedenis. Langs de brede weg staat verlaten loodsen, duffe hotels met muren vol vocht en betonschimmel en in sommige hotels worden kamers niet verhuurd per nacht maar per uur. Aan de receptie vind je sigarettenm bier en wisky. De trapgang wordt versierd met posters van blote vrouwen met veel te dikke borsten en condoomautomaten. Op straa hangen groepjes mannen rond de theestalletjes. Hier kan je beter niet logeren !
Gelukkig vinden we aan de andere kant van de brug een duurder en beter hotel. Met de moto verkennen we het platteland, bezoeken we tempels ( alweer ) en rijden we door rubberplantages. Het is leuk om het echte Cambodia en het leven op het platteland te leren kennen, maar na 2 dagen houden we het voor bekeken en reizen we verder. Deze keer boeken we een tourbus naar Kratie.

Siem Reap

Hoewel Siem Reap niet meteen de leukste stad is, hebben we hier toch flink gelachen. De stadskern zelf is niet groter dan een paar straten vol restaurants, cafeetjes en massagesalons. Nu gingen we op een avond es lekker dinneren en wordt het 2 kruispunten grote centrum afgesloten. Geblokkeerd door 3 gepanserde flikkenwagens, 2 zwaantjes ( flikken op moto's welteverstaan ) en een hoop security peten in uniform. Een hilarisch zicht. Alle brommers en tuktuks werden uit het straatbeeld geruimd en toeristen werden verboden om over te steken. Een paar Indi"ers in peperdure sarons en chinezen in plastron werden onder bewapende burgerwachten naar een restaurant geleid terwijl de tafel ernaast verbaasde toeristen in hawaihemdjes en op flipflops het schuim van hun goedkope angkorbier van hun lippen wreven. Blijkbaar was ik de enige die de hilariteit van deze situatie inzag want ik was de enige die bulderde van het lachen. Oeps ;-)
Nog meer hilariteit toen we bij het bezoeken van de tempels in Angor een plaatselijke 'band' hoorden spelen. Voor het podium, waar de muziekanten op neerzaten, stond een schaaltje met geld, met daarnaast een paar kunstbenen duidelijk in het zicht geparkeerd. Een goed gevonden en grappige truc om medelijden te wekken. Te vergelijken met een bedelende vrouw die, met haar baby op de arm, luidkeels hoest en proest, een neep in de billen van haar kind geeft om het te laten huilen en vervolgens de zuigfles leegdrinkt met de boodschap dat ze geen geld heeft om haar kind te voeden. Voor sommige mensen zijn alle middelen goed om je geld uit de zakken te halen. Iets wat ongelooflijk op mijn lachspieren werkt. Pas later viel mijn oog op de missende armen en benen van de verbouwereerde muzikanten ! Mijn excuzes kwamen helaas te laat.