maandag 20 december 2010

Dag 4 : van Bagarchhap naar Koto

5 uur wandelen, 500m stijgen, slapen op 2640m


We staan om 5u45 op, om de vele gasten in het hotel voor te zijn. Wat jammer genoeg niet lukt. Blijkbaar waren we niet alleen met dit schitterende idee... We beloven onszelf om de rest van de trekking in kleinere, minder drukke dorpen te slapen. Geen chaos meer aant het ontbijt, geen wachttijden aan de douche, geen stress meer ! En meer contact met lokale mensen.
Ook vandaag ziet het landschap er weer helemaal anders uit. De bossen bestaanvolledig uit dichte dennebossen. Het is moeilijk om op gang te komen en mijn ritme te vinden met een maag vol warme muesli en stramme spieren. We zijn gisteren te diep, te ver, te zwaar gegaan. Vandaag betalen we de prijs. Na een twee uur lange klim als ontbijt worden we beloond met het eerste echte uitzicht op een paar besneeuwde pieken, met gletsjers. Waarna het pad opnieuw een steile helling volgt. Mijn doorzettingsvermogen wordt op de proef gesteld. Gelukkig zorgt de 'scenery' voor mooie afleiding. Alles wordt hier groter : de bergen, de valleien, de bomen, de denneappels, de raven en de caravanen ezels met zakken appelsienen, rijst of aardappelen op de rug. We leren al snel om tegen de bergwand te staan ipv aan de gapende afgrond als je niet op de bodem van de vallei wil eindigen als zo'n caravaan met ezels je inhaalt. Af en toe kruisen we trekkers uit de tegenovergestelde richting. Zij doen de Annapurna Circuit in de tegenovergestelde richting en hebben de Thorung La, DE pass van deze trekking, al beklommen. Velen zien er moe uit, met verbrande gezichten en opengesprongen lippen. Anderen zijn mooi gebruind door de hoogte zon en zijn in opperste stemming. Benieuwd hoe wij erbij zullen lopen !
We laten ons voorbij steken door een horde trekkers alsof er een trofee aan het einde van de dag te verdienen is. Iedereen wil vanavond Chame bereiken. Dus.... stoppen wij in Koto om er te genieten van de hervonden rust en vrijheid zonder strevers en onzin kakelende toeristen. We herleven onder een stralend zonnetje op een kleine heuvel met een prachtig zicht op de besneeuwde toppen van Pisang Peak. We zijn er belange nog niet !
Ook onze lodge heeft een zonnige binnenplaats en ademt rust uit. Onze was ligt de drogen op de stenen omheining. Grootvader zit op een stoeltje tegen de warme buitenmuur en prevelt gebeden over zijn glanzende rozenkrans. En zijn dochter zit verderop en duffelt haar 21 dagen oude baby onder een stapels dekens. Ook onze kamer is super gezellig. We nemen een warme douche en doen een gigantische was met WARM water ! Nu hopen dat alles droogt tegen morgen...
s' Avonds mogen we meeschuiven aan het open vuur in de keuken. Het wordt steeds kouder en met slechts 2 gasten is het onnodig de eetzaal te verwarmen. Net zoals vroeger koken ze en verwarmen ze met hout. Niet meteen milieuvriendelijk maar wel gezellig. Opa zit met kleinzoon op schoot. Ma en pa maken deeg voor chappati's en brouwen Masala Tea met veel suiker. We gaan vroeg slapen en trekken het deken tot over onze oren.

Dag 3 : van Chamche naar Bagarchhap

6 uur wandelen, 940m stijgen, slapen op 2160m
Vanacht sliepen we in Bagarchhap in de mooiste en gezelligste kamer die we tijdens deze trekking zullen tegenkomen. Toch heb ik maar een halve nacht geslapen. Die gekke Fransman heeft mijn hoofd zot gekregen met verhalen over bedvlooien ! We hebben het hotel gedeeld met een horde Engelsen van een georganiseerde trekking, wat wachttijden opleverde voor het avondeten, het toilet, geen warm water meer in de douche en zelfs het afrekenen s' ochtens aan het ontbijt duurt tergend lang. Een feit waar we volgens Serge op hadden moeten anticiperen en dus worden we op het matje geroepen waarom we 20 minuten later dan afgesproken vertrekken. Iets vertelt ons dat we niet lang meer zullen samen reizen.
Elke dag van de trekking verandert het decor waarin we wandelen. De rijstvelden maken plaats voor bamboebossen en de tropische vegetatie gaat langzaam over in dennen en sparen. Voetje voor voetje klimmen we de bergen in. Onze spieren moeten nog wennen aan de 8 kilo zware rugzak op onze schouders dus moeten we af en toe op adem komen terwijl we genieten van het uitzicht. De dalen worden steeds dieper, terwijl de valleien steeds smaller worden. Soms lijkt het wel of je de bergen bijna kan aanraken, zo dichtbij lijken ze. Watervallen donderen naar beneden en worden ondergrondse rivieren. En het landschap ligt bezaaid met reusachtige rotsblokken. Dit lijkt wel bolder-paradijs. Jeremy zou hier heel gelukkig zijn ! :-) Plots opent het landschap zich tot een enorme vlakte, ingesloten door vertikale rotswanden aan de ene kant en de meanderende rivier aan de andere kant. Het pad loopt dwaars door de vlakte met aan beide zijden honderden meters lange zandbanken waar je rustig zou kunnen zonnebaden. Maar het pad roept.... Na het zand lopen we over een zee van perfect ronde keien. Het is meer duidelijk waar het pad juist loopt en we zakken tot boven onze enkels in de keien. In het midden van de vlakte ligt een klein dorp dat veel weg heeft van een Amerikaanse 'outpost' waar je net als in de Westerns van paard kan wisselen. Overal wapperen Tibetaanse vlaggen in de stevige wind waarbij de gebeden die erop geschreven staan tot bij de goden gevoerd worden. We draaien als echte pelgrims aan de gebedsmolens, met daarin boeken vol zorgvuldig geschreven gebeden en hopen op een veilige tocht. In tegenstelling tot de lager gelegen Hindu dorpen wonen hier vooral Boedhisten. Op de terrasvormige velden groeit maïs en aardappelen en in de verte krijgen we af en toe een voorproefje van één van de Annapurna toppen te zien. Serge wil nog een laatste klim maken naar het volgende dorp, Danaqyu. Maar daz er eentje te veel dus stoppen we in Bagarchhap. Na 2 Dal Bhats en extra chappati's, een reuze maaltijd, slapen we als roosjes.

zondag 19 december 2010

Dag 2 : van Bahundanda naar Chamche

6 uur wandelen, 420m stijgen, slapen op 1385m

We reizen samen met een oudere Fransman, Serge. Hij heeft de Annapurna Circuit al drie keer rondgewandeld. En ook Everest Mountain heeft hij al twee keer beklommen. Hij is 69 jaar maar het is moeilijk zijn tempo bij te houden. Hij heeft een ijzeren conditie ! We hebben een date met hem. Dus staan we om 6 uur op en gaan om 7 uur op pad. Let's hit the road !
Het is te koud om s'ochtends te douchen. Dus doen we een kattewasje aan de drinkplaats van het dorp en eten muesli met warme melk als ontbijt. We zullen onze energie nodig hebben !
Het landschap glooit zacht tussen de goudgele rijstvelden, de groenige rivieren met ijskoud bergwater en dorpje die slechts een vijftal huizen groot zijn. Overal zie je watervallen, stroompjes, kanaaltjes.... alles staat hier in het teken van water. Echte wegen vind je hier niet, slechts het pad waarop we lopen. Alle bouwmaterialen worden dus te voet naar boven gedragen. We worden voorbij gestoken door porters met ijzeren balken, rollen electriciteitskabels, satelietschotels en zelfs electriciteitspalen op hun rug. "Development" is ook in deze afgelegen streken niet tegen te houden en er wordt een hoge prijsvoor betaald. Vele trekkers klagen over deze ontwikkeling en zijn niet te spreken over de weg die aan de andere kant van de rivier uit de rotsen wordt gedynamiteerd. De weg moet tot in Jomsom reiken, een stad op zo'n twee derde van de trekking. Velen vrezen dat dit het einde van deze trekking betekent, net zoals aan de andere kant van de pass. Het trekkingspad heeft er plaats moeten ruimen voor een geasfalteerde weg waar bussen, traktoren, jeeps en minibusjes langs de trekkers scheren, hen knarsetandend achterlaat in wolken opwaaiend stof of hen bijna in de afgrond rijdt. Velen vermijden dit deel van het pad en nemen nu de bus of het vliegtuig. Lodges en restaurant sluiten en velen verloren hun inkomen. Maar ook Nepalesen willen een GSM, stromend water en electriciteit...
In vergelijking met andere trekkers zijn we onvoorbereide amateurs. We sleuren niet met downjackets, geavanceerde regenkledij, sneeuwbotten en trekkingsstokken met veringen. We kopen daarentegen een bamboestok bij de plaatselijke bamboeboer en betalen één tiende van de prijs. Een handig derde been om over de vele landverschuivingen te klauteren langs gapende afgronden waar je beter niet te lang naar beneden staart. Toch is het ook goed om af en toe rond te kijken. Net over de rand van het pad staat het vol brandnetels EN.... wietplanten zo groot als een volwassenen persoon. Plukken, drogen en..... uitdelen ! Tja... wij zijn hier voor de sport zenne !

Dag 1 : Van Besi Sahar naar Bahundanda

7 uur wandelen, 510m stijgen, slapen op 1310m

Te pas en te onpas worden we ermee om de oren geslagen, maar we nemen geen gids en/of geen dragers. We willen op eigen houtje over de pass geraken. Een serieuse test voor de fysiek, het uithoudingsvermogen of hardnekkige koppigheid voor een ongetrainde ziel als ik. Ik haat zweten. Tenzij het in de sauna is. Ik vrees dat ik niet goed weet waaraan ik begin maar daz misschien mijn redding. We zien wel ! En vooral.... we hebben massa's tijd, geen schema, geen plannen.
We zijn nog maar pas vertrokken en lopen al een paar keer verloren. Als dat maar goed komt. Het pad kronkelt op en neer langs gezellige Gurung dorpjes temidden van groene rijst terrassen en subtropische bossen aaneengeregen door ijzeren hangbruggen over rustig stromende rivieren. Er is nergens lawaai. Enkel de natuur en 2 wandelaars. We houden halt in Bahundanda en slapen in ons eerste bedje op deze trekking in een super gezellig guesthouse. Een beetje primitief maar de ontvangst is warm en het is leuk om te proeven van het dagelijkse leven van eenvoudige Nepalese boeren.

zaterdag 18 december 2010

Besi Sahar

Na een bezoek aan een informatiepunt rond trekkingen en de nodige aankopen ( Hoezo... pillen om je drinkwater te zuiveren ? En hoogteziekte is echt dodelijk ? ) nemen we de bus naar het beginpunt van onze trekking : Besi Sahar. De beloofde microbus in het reisbureau lijkt helemaal niet op de veelbelovende foto's en blijkt een oude roestige lokale bus te zijn waar soms veel te veel volk op zit. De bedelende kinderen in het busstation zijn verdomd hardnekkig en kampen zich minuten lang vast aan mijn been. Het is moeilijk niet te plooien voor hun medelijwekkende blikken en klaagzangen.
Volgens de Lonely Planet zou er een weg aangelegd zijn tot halfweg Besi Sahar maar daar is weinig van te merken. De weg is hobbelig, stoffig en bochtig en we komen slechts moeizaam vooruit. We arriveren net voor het donker en nemen een kamer recht tegenover de plek waar de bus tot stilstand komt. We willen een bed ! We zijn moe en willen morgenvroeg fris zijn om onze trekking te starten : een tocht van gemiddeld 16 tot 20 dagen, rond een bergketen, de Annapurna's. De top van de hoogste berg, de Annapurna I, is 8091m hoog en is een van de hoogste passen ( 5416m ) waar je overheen kan zonder te klimmen. Het kan warm zijn. Het kan bitterkoud zijn. Het kan regenen, sneeuwen, hard waaien en -25° worden. Dat beloofd !

Katmandu : dag 2

Het is tijd om wat cultuur op te snuiven, iets wat we beter doen zonder Phil :-) We bezoeken Durbar Square ( een oud stadsdeel vol tempels en oude gebouwen) en raken niet uitgekeken op de marktventers, de theestalletjes, de bedelaars, de opdringerige gidsen, pelgrims en opzichtig geschminkte saddu's vanop de hoogste treden van een van de trapvorminge tempels. We bezoeken het huis van de Koemari, een jong meisje dat tussen haar 3 en 11 jaar wordt uitverkozen als de koninklijke levende godin op aarde. Na een strenge selectieprocedure wordt het meisje samen met haar familie afgezonderd in dit huis waar ze slechts 1 maal per dag, op een voorgeschreven uur aan het raam mag verschijnen. Na haar eerste menstruatie verleist ze haar godelijke status en keert ze terug naar het stervelijke leven. Velen sterven een ongelukkige en eenzame dood aangezien trouwen met een Koemari ongeluk brengt.
We wandelen door Freak Street waar nog weinig sporen zijn van de hippies die ooit in deze straten en stegen woonden als een soort chinatown tussen de Nepalesen. S'Avonds worden we overgeleverd aan Phil die ons meetroont in het nachtleven van Katmandu. Een ander Katmandu dat er ook mag wezen.

Katmandu : dag 1

Katmandu ziet er helemaal anders uit in het daglicht. Het lijkt helemaal niet op een hoofdstad zoals wij die kennen. Het lijkt eerder een gigantisch dorp. De bochtige straatjes en smalle steegjes vol stof zijn net niet breed genoeg om 2 auto's naast elkaar door te laten en worden bijna opgeslokt door kraampjes, overvolle winkeltjes met souveniers en trekkingsmateriaal, en rood en geel versierde tempeltjes. Overal rijden matchbox taxis toeterend tussen de horden mensen, honden, brommers en wolken uitlaatgassen. Een uurtje slenteren door Thamel levert je een pijnlijke keel en hoofdpijn op. We verhuizen van hotel, eentje met goedkopere kamers en een mooi dakterras vol bloemen. Vroeger zou je van hieruit Mount Everest moeten kunnen zien. Tegenwoordig is er echter te veel smog. We zullen moeten wachten tot de trekking om van de bergen te genieten.

Rondleiding in Katmandu
We zijn nog maar een paar uur in Nepal en we ontmoeten Phil, onze vaste buur op Dour festival. Een geflipte Franse kramer met magic mushroom drankjes om uren te kunnen doorgaan en grappig klinkend Engels. Hij neemt ons op sleeptouw en neemt ons mee naar de leukste en lekkerste restaurants, leert ons de Do's and Don'ts en introduceert ons in zijn vriendenkring: jonge en oude Franse rakkers, Nepalese mafketels, plaatselijke maffia en lokale rocksterren. Welkom in Katmandu ! We spelen tot een gat in de nacht jeu de boules, drinken Pastis en roken charas. Het leven is hier mooi !