We hebben een tocht van 12 uur voor de boeg... dus reserveren we 2 zitjes in een comfortabele privébus. Het guesthouse geeft ons een gratis ritje naar de bushalte, belt het busbedrijf als de bus een uur lang op zich laat wachten en regelt zelfs een toilet voor de dames met een miniblaas. Echt supervriendelijke mensen !
Wegens een defect wordt de luxebus vervangen door een veel te klein knarsend oud busje. Er wordt ons echt geen luxe gegund op deze reis :-) Om plaats te besparen wordt, op de laatste zitjes in de bus, de bagage tot tegen het plafond gestapeld. En telkens de chauffeur bruks remt, krijgen de ongelukkige passagiers op de voorlaatste rij een paar kilo's bagage in hun nek. Grote zakken uien, een gigantisch traktorwiel en ander bouwmateriaal worden in de middengang geschoven. Onze trekkingskompaan, een stevige Duitser met lange benen, moet net als wij boven de wielen plaatsnemen ( waar je bijna geen beenruimte hebt ) en de hitte van de wielen door de weggeroeste bodem op je vel brandt. Bovendien moet hij zijn stoel delen met een oudere man en zijn kleinzoon. Zo te zien hebben wij oerechance vandaag. Nog meer mensen moeten opstappen. Sommigen krijgen krukjes om tussen de boodschappen in de middengang te zitten. Anderen moeten 12 uur rechtstaan. Maar niemand maakt een probleem en al gauw zie je overal knikkende hoofden en slapende mensen terwijl de bus heen en weer schokt over de aarden wegen. Bij ons zou zoiets ondenkbaar zijn !
zaterdag 2 januari 2010
Van Kratie naar Bang Lung
Kratie is de laatste makkelijk te bereikbare plek. Van hieruit verder reizen betekent rode aarden wegen vol putten en bulten, bruin stof, vrachtwagens die vastzitten in de modder en Wij in een overvolle minibus, die als een gek door de bergen raast. In de bus is plaats voor 12. De chauffeur deelt zijn zetel met een meisje en op de overige stoel zitten 17 mensen ! Waarvan 8 toeristen EN een dikke Canadees, met elk hun trekkersrugzak. En 9 locals mèt boodschappen. Hilarisch ! Gelukkig duurt de rit ( slechts ) 6 uur en raken we heelhuids in Ban Lung. We vinden een super leuke ecologde waar alles van hout en natuurmateriaal gemaakt is. Onze bungalow staat in het groen en heeft een prachtig uitzicht over een glooiend dal en de omliggende bergen. Bovendien ligt er op fietsafstand een kratermeer midden in de jungle, met heelrijk fris water waar je kan zwemmen, lui in de zon liggen, zwemmen, nog wat bruinen, nog een plonsje... :-) We gunnen onszelf 3 dagen luierplezier voor we op een driedaagse trekking door het Virahaya National Park vertrekken.
De eerste dag rijden we achterop een mototaxi naar Ta Veng, het einde van de Cambodiaanse beschaving. Van hieruit is transport over de weg niet meer mogelijk ( er zijn geen zegen meer ! ) en gebeurt alles per boot. Dus varen we stroomopwaars met een lokale vissersboot het nationaal park binnen. s' Avonds logeren we bij een minderheidsgroep, de Kreug. Hun dorp, 5 hutten, een paar kippen en een paar hongerige zwijnen, ligt langs een zijtak van de Mekong ( de Tonlé Sap ) en duidt de grens van park aan. Ondanks het verbod, trekken de dorpelingen het park binnen om er rubber te winnen, te jagen en bomen te kappen. Een handvol rangers is nauwelijks in staat het gigantische park te beschermen. Of is dit het werk van de rangers zelf ?
De dorpelingen zijn niet onvriendelijk en toch voelen we ons niet meteen welkom tussen deze mensen. Zijn ze gewoon verlegen ? Worden onze verwachtingen over een hartelijk onthaal als “westerling” ons pijnlijk duidelijk ? En wie is nu eigenlijk de toeristische attractie ?
Feit is dat onze aanwezigheid een duidelijke impact heeft op het leven van deze mensen. De traditioneel geblokte sjaals die dienst doet als lendendoek, kleed, hoofddoek, draagstoel voor baby's, enzovoort, heeft plaatsgemaakt voor hippe jeansbroeken, gsms en namaak spullen van Louis Vitton en andere grote merken. In dorpen dieper in de jungle leven etnische stammen naakt en zonder voorzieningen ( water, electriciteit... ). We hopen dat het bier en de plastic rommel, die met kratten tegelijk vanuit Ta Veng werd meegenomen, niet gekocht werden met onze homestay bijdrage. We koken op een houtvuur tussen de zwijntjes en wassen ons, net als de dorpelingen, in de rivier. Een snelstromende en ijskoude bruine stroom water. Om 21 uur ligt iedereen vanuit zijn hangmat te luisteren hoe de geluiden vanuit de hutten zich mengen met de lokroepen uit de jungle. Het wordt een koude nacht.
Dag 2 staan we vroeg op en varen nog dieper de jungle in. Met een kom rijst achter de kiezen lopen we 4 uur doorheen dicht begroeid bladergeweld, bamboebossen waaruit tunnels zijn gehakt ( net groot genoeg om doorheen te kruipen ) en af en toe open zonnige steppes met hoog gras en gigantische omgevallen bomen. De begroeiing is soms zo dicht dat je elkaar op minder dan 10 meter niet meer kan zien. Je mag elkaar niet uit het oog verliezen en er wordt een stevig tempo aangehouden. Met onze bagage zo hoop mogelijk boven het hoofd steken we een rivier over en volgen een stuk van het Ho Chi Min trail. Een pad dat tijdens de Vietnamoorlog werd gebruikt om goederen en wapens te smokkelen. Vroeger moeten er jeeps over dit pad gereden hebben. Nu is het pad soms nauwelijks herkenbaar en begaanbaar door omgevallen bomen en de allesverslindende jungle. Lunchen doen we aan een waterval waar we elkaar, voor een zoveelste keer, op bloedzuigers checken ( ik haat die beesten ) en onze bezwete lijven verkoelen met een duik in een poel, onderaan de waterval. We eten ( opnieuw ) rijst en maken een stijle klim doorheen het mooiste stuk van deze trekking. We klimmen over de wortels van honderdjarige oude reuzebomen en krijgen af en toe een vergezicht te zien over bergen vol ondringbaar junglegeweld. Op een open plekje naast een rivier en onder het hoge dikke bladerdak van deze bomen hangen we onze hangmatten op om rond het kampvuur ... rijst te eten. Een hoop levendige gedachten aan alle bloedzuigers, spinnen en duizenden mieren die de grond onder mijn hangmat veranderen in een knetterende zwarte zee, houden me uit mijn slaap. Doorheen het bladerdak zie ik de maan over de hemel schuiven. En terwijl ik in de verte een sambar hoor blaffen, val ik uiteindelijk toch in slaap. Dit is de echte jungle !
s' Morgens worden we gewekt met het geluid van gibons en junlgekippen. We breken het kamp op, koken water uit de rivier als drinkwater en hijsen onze rugzak weer op onze rug. Elk draagt zijn eigen water, een hangmat met muskietennet, 2 dekens en persoonlijke spullen. Een aardig gewicht dat zwaarder lijkt te wegen bij elke gezette stap. We volgen een ander pad terug, lopen verloren, en komen na wat zoeken terug op het Ho Chi Min pad, dat ons na 5 uur stappen opnieuw uit de jungle leidt.
Ik ben blij als ik na een bumby rit op de rivier en de moto, met veeeeel zeep, het junglezweet van mijn lijf was, en kan slapen in een ECHT bed.
Aan de ontbijttafel van de volgende dag ontdekken we het ontnuchterende feit dat Olli onze medicijnkit niet meer vindt. Hij heeft hem verloren/vergeten :-) in het junglekamp. Ten vroegste in Bangkok denken we nieuwe medicijnen te kunnen kopen. Nu maar hopen dat ze niet ziek worden...
De eerste dag rijden we achterop een mototaxi naar Ta Veng, het einde van de Cambodiaanse beschaving. Van hieruit is transport over de weg niet meer mogelijk ( er zijn geen zegen meer ! ) en gebeurt alles per boot. Dus varen we stroomopwaars met een lokale vissersboot het nationaal park binnen. s' Avonds logeren we bij een minderheidsgroep, de Kreug. Hun dorp, 5 hutten, een paar kippen en een paar hongerige zwijnen, ligt langs een zijtak van de Mekong ( de Tonlé Sap ) en duidt de grens van park aan. Ondanks het verbod, trekken de dorpelingen het park binnen om er rubber te winnen, te jagen en bomen te kappen. Een handvol rangers is nauwelijks in staat het gigantische park te beschermen. Of is dit het werk van de rangers zelf ?
De dorpelingen zijn niet onvriendelijk en toch voelen we ons niet meteen welkom tussen deze mensen. Zijn ze gewoon verlegen ? Worden onze verwachtingen over een hartelijk onthaal als “westerling” ons pijnlijk duidelijk ? En wie is nu eigenlijk de toeristische attractie ?
Feit is dat onze aanwezigheid een duidelijke impact heeft op het leven van deze mensen. De traditioneel geblokte sjaals die dienst doet als lendendoek, kleed, hoofddoek, draagstoel voor baby's, enzovoort, heeft plaatsgemaakt voor hippe jeansbroeken, gsms en namaak spullen van Louis Vitton en andere grote merken. In dorpen dieper in de jungle leven etnische stammen naakt en zonder voorzieningen ( water, electriciteit... ). We hopen dat het bier en de plastic rommel, die met kratten tegelijk vanuit Ta Veng werd meegenomen, niet gekocht werden met onze homestay bijdrage. We koken op een houtvuur tussen de zwijntjes en wassen ons, net als de dorpelingen, in de rivier. Een snelstromende en ijskoude bruine stroom water. Om 21 uur ligt iedereen vanuit zijn hangmat te luisteren hoe de geluiden vanuit de hutten zich mengen met de lokroepen uit de jungle. Het wordt een koude nacht.
Dag 2 staan we vroeg op en varen nog dieper de jungle in. Met een kom rijst achter de kiezen lopen we 4 uur doorheen dicht begroeid bladergeweld, bamboebossen waaruit tunnels zijn gehakt ( net groot genoeg om doorheen te kruipen ) en af en toe open zonnige steppes met hoog gras en gigantische omgevallen bomen. De begroeiing is soms zo dicht dat je elkaar op minder dan 10 meter niet meer kan zien. Je mag elkaar niet uit het oog verliezen en er wordt een stevig tempo aangehouden. Met onze bagage zo hoop mogelijk boven het hoofd steken we een rivier over en volgen een stuk van het Ho Chi Min trail. Een pad dat tijdens de Vietnamoorlog werd gebruikt om goederen en wapens te smokkelen. Vroeger moeten er jeeps over dit pad gereden hebben. Nu is het pad soms nauwelijks herkenbaar en begaanbaar door omgevallen bomen en de allesverslindende jungle. Lunchen doen we aan een waterval waar we elkaar, voor een zoveelste keer, op bloedzuigers checken ( ik haat die beesten ) en onze bezwete lijven verkoelen met een duik in een poel, onderaan de waterval. We eten ( opnieuw ) rijst en maken een stijle klim doorheen het mooiste stuk van deze trekking. We klimmen over de wortels van honderdjarige oude reuzebomen en krijgen af en toe een vergezicht te zien over bergen vol ondringbaar junglegeweld. Op een open plekje naast een rivier en onder het hoge dikke bladerdak van deze bomen hangen we onze hangmatten op om rond het kampvuur ... rijst te eten. Een hoop levendige gedachten aan alle bloedzuigers, spinnen en duizenden mieren die de grond onder mijn hangmat veranderen in een knetterende zwarte zee, houden me uit mijn slaap. Doorheen het bladerdak zie ik de maan over de hemel schuiven. En terwijl ik in de verte een sambar hoor blaffen, val ik uiteindelijk toch in slaap. Dit is de echte jungle !
s' Morgens worden we gewekt met het geluid van gibons en junlgekippen. We breken het kamp op, koken water uit de rivier als drinkwater en hijsen onze rugzak weer op onze rug. Elk draagt zijn eigen water, een hangmat met muskietennet, 2 dekens en persoonlijke spullen. Een aardig gewicht dat zwaarder lijkt te wegen bij elke gezette stap. We volgen een ander pad terug, lopen verloren, en komen na wat zoeken terug op het Ho Chi Min pad, dat ons na 5 uur stappen opnieuw uit de jungle leidt.
Ik ben blij als ik na een bumby rit op de rivier en de moto, met veeeeel zeep, het junglezweet van mijn lijf was, en kan slapen in een ECHT bed.
Aan de ontbijttafel van de volgende dag ontdekken we het ontnuchterende feit dat Olli onze medicijnkit niet meer vindt. Hij heeft hem verloren/vergeten :-) in het junglekamp. Ten vroegste in Bangkok denken we nieuwe medicijnen te kunnen kopen. Nu maar hopen dat ze niet ziek worden...
zondag 6 december 2009
Kratie
In Kratie gaat alles razend snel. We blijven maar 1 dag. Het eerste hotel die we binnenlopen is raak. We checken in, huren in 1 beweging een moto, bezoeken binnen het uur een tempel en gaat zoetwaterdolfijnen spotten in de Mekong. Superleuk. Iedereen zat muisstil en met ingehouden adem naar het water te turen op zoek naar een rimpeling in het water, een vin of een dolfijnensnoet. Onze bootman was de andere bootjes te slim af en leidde ons naar een paar plekken tussen het riet waar we, inderdaad, dolfijnen zagen. s' Avonds reden we terug en genoten van een prachtige zonsondergang boven de machtige Mekong. Wat een dag !
Van Siem Reap naar Kompong Cham
Eens je je weg vindt tussen de vele staatsbussen, privebussen, minivans, minibussen, pick ups, tuktuks, mototaxis en ossenwagens en eens je weet voor welke trip je best welk transportmiddel kiest, lijkt reizen in Cambodia kinderspel. Maar je leert pas door ervaring ! Dus... namen we een privebus van Siem Reap naar Kompong Cham, een ongelooflijk gat ergens langs de Mekong waar je de enigste en de grootste brug over de Mekong vindt. Deze honderden meters brede bruine stroom ziet er met zijn kolkende stroomversnellingen vreemd en gevaarlijk uit. Er hangt een vreemde sfeer op de promenade langs de rivier. Een rivier vol verhalen en een donkere geschiedenis. Langs de brede weg staat verlaten loodsen, duffe hotels met muren vol vocht en betonschimmel en in sommige hotels worden kamers niet verhuurd per nacht maar per uur. Aan de receptie vind je sigarettenm bier en wisky. De trapgang wordt versierd met posters van blote vrouwen met veel te dikke borsten en condoomautomaten. Op straa hangen groepjes mannen rond de theestalletjes. Hier kan je beter niet logeren !
Gelukkig vinden we aan de andere kant van de brug een duurder en beter hotel. Met de moto verkennen we het platteland, bezoeken we tempels ( alweer ) en rijden we door rubberplantages. Het is leuk om het echte Cambodia en het leven op het platteland te leren kennen, maar na 2 dagen houden we het voor bekeken en reizen we verder. Deze keer boeken we een tourbus naar Kratie.
Gelukkig vinden we aan de andere kant van de brug een duurder en beter hotel. Met de moto verkennen we het platteland, bezoeken we tempels ( alweer ) en rijden we door rubberplantages. Het is leuk om het echte Cambodia en het leven op het platteland te leren kennen, maar na 2 dagen houden we het voor bekeken en reizen we verder. Deze keer boeken we een tourbus naar Kratie.
Siem Reap
Hoewel Siem Reap niet meteen de leukste stad is, hebben we hier toch flink gelachen. De stadskern zelf is niet groter dan een paar straten vol restaurants, cafeetjes en massagesalons. Nu gingen we op een avond es lekker dinneren en wordt het 2 kruispunten grote centrum afgesloten. Geblokkeerd door 3 gepanserde flikkenwagens, 2 zwaantjes ( flikken op moto's welteverstaan ) en een hoop security peten in uniform. Een hilarisch zicht. Alle brommers en tuktuks werden uit het straatbeeld geruimd en toeristen werden verboden om over te steken. Een paar Indi"ers in peperdure sarons en chinezen in plastron werden onder bewapende burgerwachten naar een restaurant geleid terwijl de tafel ernaast verbaasde toeristen in hawaihemdjes en op flipflops het schuim van hun goedkope angkorbier van hun lippen wreven. Blijkbaar was ik de enige die de hilariteit van deze situatie inzag want ik was de enige die bulderde van het lachen. Oeps ;-)
Nog meer hilariteit toen we bij het bezoeken van de tempels in Angor een plaatselijke 'band' hoorden spelen. Voor het podium, waar de muziekanten op neerzaten, stond een schaaltje met geld, met daarnaast een paar kunstbenen duidelijk in het zicht geparkeerd. Een goed gevonden en grappige truc om medelijden te wekken. Te vergelijken met een bedelende vrouw die, met haar baby op de arm, luidkeels hoest en proest, een neep in de billen van haar kind geeft om het te laten huilen en vervolgens de zuigfles leegdrinkt met de boodschap dat ze geen geld heeft om haar kind te voeden. Voor sommige mensen zijn alle middelen goed om je geld uit de zakken te halen. Iets wat ongelooflijk op mijn lachspieren werkt. Pas later viel mijn oog op de missende armen en benen van de verbouwereerde muzikanten ! Mijn excuzes kwamen helaas te laat.
Nog meer hilariteit toen we bij het bezoeken van de tempels in Angor een plaatselijke 'band' hoorden spelen. Voor het podium, waar de muziekanten op neerzaten, stond een schaaltje met geld, met daarnaast een paar kunstbenen duidelijk in het zicht geparkeerd. Een goed gevonden en grappige truc om medelijden te wekken. Te vergelijken met een bedelende vrouw die, met haar baby op de arm, luidkeels hoest en proest, een neep in de billen van haar kind geeft om het te laten huilen en vervolgens de zuigfles leegdrinkt met de boodschap dat ze geen geld heeft om haar kind te voeden. Voor sommige mensen zijn alle middelen goed om je geld uit de zakken te halen. Iets wat ongelooflijk op mijn lachspieren werkt. Pas later viel mijn oog op de missende armen en benen van de verbouwereerde muzikanten ! Mijn excuzes kwamen helaas te laat.
maandag 16 november 2009
Sisiphon en Siem Reap
Een busrit versieren van Sisophon naar Siem Reap was redelijk eenvoudig. Zonder scams, zonder hoofdpijn en zonder opdringerige touts die je naar een guesthouse of hotel willen brengen om een vette commissie op te strijken. We raakten in gesprek met een vlot Engels sprekende student en tuktuk driver en spraken af om er de volgende dag in te vliegen... de tempels van Angkor, het achtste wereldwonder en de trots van Cambodja. Hotels, bier, busmaatschappijen, gerechten... zowat alles verwijst naar de bloei van het Angkoriaanse rijk daterend van 802 voor Christus tot 1432. DE hoogdagen uit de Cambodjaanse geschiedenis maar ook een woelige tijd waarin koningen niet alleen met elkaar om de troon vochten, maar ook oorlog voerden met Thailand en Vietnam. Tempels werden verwoest om er later, mooiere en grootsere tempels op te bouwen. Afbeeldingen van goden werden verwoest om ze te vervangen door nieuwe godheden en koningen riepen zichzelf uit tot king-gods, vertegenwoordigers van de Hindu god Shiva op aarde. In hun naam werden tempels, tempelbergen, heiligdommen en tempelsteden gebouwd met een gigantische rijkdom en kennis. Door een ingenieus irrigatiesysteem waarbij het moessonwater werd opgeslagen in barays ( grote meren) woonden er op het hoogtepunt van het Angkoriaanse rijk 1 miljoen mensen binnen de stadsmuren. Midden in de barays werden kleine tempels gebouwd en de vele waterlelies op het meer maken het de ideale plek om van de zonsopgang te genieten. Jayavarman VII ( 1181 - 1219 ) heeft de meeste en naar ons mening de mooiste bouwwerken op zijn naam en integreerde het Boedhisme, als nieuwe staatsreligie, met het Hinduisme. Maar na zijn koningschap raakte het slecht onderhouden irrigatiesysteem in verval wat ook meteen het einde van het Boedhisme en de Angkoriaanse bloei betekende.
Omdat transport en ingangstickets duur zijn hebben we in de afgelopen 3 dagen 70 km afgelegd in een tuktuk, om ongeveer 15 tempels, 1 baray en 1 heilige rivier te bezoeken. Onze favourieten ... Bayon, Angkor Wat, Ta Prom ( de jungletempel ), Banteay Kdei, Ta Som en Banteay Srei ( met de mooiste en fijnste carvings waardoor men denkt dat de tempel door vrouwen werd gemaakt :-P ). Voorlopig hebben we genoeg stenen gezien.
Omdat transport en ingangstickets duur zijn hebben we in de afgelopen 3 dagen 70 km afgelegd in een tuktuk, om ongeveer 15 tempels, 1 baray en 1 heilige rivier te bezoeken. Onze favourieten ... Bayon, Angkor Wat, Ta Prom ( de jungletempel ), Banteay Kdei, Ta Som en Banteay Srei ( met de mooiste en fijnste carvings waardoor men denkt dat de tempel door vrouwen werd gemaakt :-P ). Voorlopig hebben we genoeg stenen gezien.
zondag 8 november 2009
Bangkok again
We zitten al twee weken in Bangkok : vroeg opstaan, American breakfast in de lobby van het hotel, een voetbal match op de achtergrond. Slapen in het chiqueste hotel waar ik ooit geslapen heb, en s' avond een thriller of een oude kleffe horrorfilm met de airco op 27 graden. Rondhossen in een wereld van beton, viervaksbanen, hotels en warehouses. Op zoek naar de juiste spullen, de nieuwe hit voor de volgende festivalzomer. Het zoeken naar de speld in de hooiberg. Het is niet de eerste keer dat we in Bangkok zijn. We logeren in dezelfde wijk als vorig jaar. We shoppen in de zelfde winkelcomplexen. We kennen onze weg : de curry's zijn het lekkerst bij Ranee in Khao San. Voor mango shake en lekkere sterke expresso moet je in de Coffe In zijn, op het hoekje van Pratunam. En de goedkoopste lunch vind je in de overdekte marktjes. Alles voelt verrassend vertrouwd aan. De kleurige taxies, de geuren op straat, het lawaai op straat... Je herkent obers, orderpickers, postbedienden, het vrouwtje van de theestal... Alles is zo vertrouwd dat ik de eerste dagen niet besef dat ik al vertrokken ben, dat ik al geland ben, dat onze reis al begonnen is. Maar hoe langer je op een plek blijft, hoe beter je die ook leert kennen. Toevallig of niet liepen we enkele collega's en vrienden tegen het lijf. Doorwinterde freaks, expets, die met een aardig mondje Thais nieuwe werelden voor ons openden. We kropen in de onderbuik van Bangkok : het nachtleven van Soi 4, Nana Street. 1 van de prostitutiewijken van deze miljoenenstad. Jammer genoeg een veelbezochte toeristische trekpleister voor veertigers met een midlife crisis maar ook andere Falangs, jonge blonde westerlingen, zoeken hier hun gading. Het is een gore gevaarlijke buurt vol bars en hotels met jonge meisjes en catoys. Deze omgebouwde mannen weten met hun vrouwelijke trekken al dan niet dronken mannen hun zakken te legen. Vreemde bizarre taferelen. Walgelijk en tegelijk fascinerend. We maakten kennis met de zwarte markt waar zowat alles te kopen is en om de hoek vind je een straat vol luxe restaurant. We aten er shashimi, Japanse rauwe vis en spendeerden er een thais maandloon aan Sake. En in de uitgaanswijk RCA zagen we de chiqueste en modernste bars en lounges met onbetaalbare cocktailmenu's. Maar 2 weken Bangkok is meer dan genoeg. Morgen vertrekken we naar Cambodja. Een nieuwe wereld ?
Abonneren op:
Posts (Atom)